Home » Archief bloggen 2016 » Jetlag 4-1-2016

Jetlag

Ik word heel dof wakker. Ik hoor rare geluiden en ik hoor de katten onrustig heen en weer lopen en miauwen beneden. Er is iets heel raars aan de gang. Slaapdronken loop ik de gang op om er achter te komen dat er licht brandt beneden. Koortsachtig probeer ik in mijn geheugen te graven of ik het licht heb laten branden. Niet dat ik weet. Nee dat kan niet, het is het ganglicht. Dat brandt nooit in de avond.

 

Er komt ook een hoop kabaal uit de keuken. Ik snap het niet. Welke idioot is er in de nacht pannen aan het stelen? ik probeer uit alle macht te bedenken wat er aan de hand kan zijn maar mijn hersens willen niet werken. Ik sluip toch wat geschrokken terug naar de slaapkamer en voel of DM nog in zijn bed ligt of dat hij het is die naar beneden is gegaan. Nee. Die ligt braaf te snurken. Tot ik hem sissend wakker maak. Hij schrikt wakker, trekt zijn badjas aan en roept gebiedend naar beneden of er iemand beneden is. Een verbaasde vrouwenstem geeft antwoord.

 

Onze hulp. Het is niet midden in de nacht maar kwart voor acht. Ik heb last van een jetlag en ben echt helemaal van het padje af. Ik heb geen idee  wat ik vandaag op deze aarde doe. Het schijnt dat we hadden afgesproken dat ze zou komen. Ik ben het totaal kwijt en kan me niet voorstellen dat ik dit heb afgesproken. Kwart voor acht? In de vakantie? Het zal wel. Ik probeer mezelf bij elkaar te plukken en probeer wakker te worden. Er zitten watten in mijn hoofd.

 

Na een kwartier heb ik me zelf in ieder geval aangepeld en probeer ik thee te zetten. Het theezakje scheurt. Volgende. Labeltje eraf. Weer de volgende. Vergeet vervolgens het thee zakje er uit te halen en ik heb thee die eruit ziet als engelse thee die al maanden staat. Ik hou niet van Engelse thee. Bah.

 

DM en hulp willen graag koffie. Ik zet de Sarista aan. Er brandt een lampje. Water is op. Water aanvullen. Er brandt weer een lampje. Koffieprut moet geleegd worden. Ik leeg het bakje. Brandt weer een lampje. Koffie bonen op. Ik onderdruk de neiging om het ding uit het raam te gooien. Ik pak het pak bonen en wil dit aanvullen. Ik trek het pak open en alle bonen vliegen door de keuken. Zucht. Dit gaat het niet worden. Door de hele keuken liggen de bonen.  Ik veeg de bonen bij elkaar en mik ze in de vuilniszak. Zak scheurt en alles valt op de grond.

 

Ik geef het op. Vandaag is niet mijn dag. ik heb gewoon een jetlag en moet eigenlijk mijn bed weer in. De watten zijn er nog steeds niet uit.

 

Zelfs de poezen zijn van slag. Din en Faarong zijn pissig naar buiten gegaan, Dommel loopt zichzelf bij elkaar te bleren op zolder en Soleil zit misnoegd onder de tafel te wachten tot ze daar weer wordt weggejaagd omdat er natuurlijk gesopt gaat worden. Het stormt buiten en het regent met bakken uit de lucht en ze wil niet naar buiten. Dan maar verplaatsen van de bank, vensterbank, naar de tafel, naar de keuken en dan uiteindelijk toch maar met de staart tussen haar pootjes en oortjes onrustig heen en weer wapperend naar buiten.

 

We herkennen het gevoel. Wij voelen ons ook niet fijn. Wij gaan dus ook maar naar buiten. Even boodschappen doen. De beoogde boodschappen bij de drogisterij willen echter ook niet echt lukken. We komen de zaak binnen en het alarm gaat af, nog voordat we twee stappen in de zaak hebben gezet . Een –op dat moment nog- monter meisje vraagt of ik net iets heb gekocht. Het is net negen uur geweest, wat denk je zelf. Niet narrig worden, foeter ik op mezelf, het arme kind kan er ook niets aan doen dat onze dag niet zo fijn begonnen is. Ik tover een glimlach op mijn hoofd.

 

Nee. Deze tas is drie weken niet gebruikt. Ze vraagt of ze mijn tas mag zien. Tuurlijk wijffie, ga je gang. Ze vist er wat uit, haalt dit over zo’n apparaat heen en nu moet het beter zijn. We lopen opnieuw naar buiten en weer naar binnen. Biepbiep. Toch niet goed. Nog maar eens kijken. De actie wordt drie keer herhaald met delen van mijn tas tot uiteindelijk mijn complete tas over het apparaat heen is gegaan en DM het spuugzat is en de complete tas met inhoud (rits gelukkig dicht) door de poortjes naar buiten smijt. Tas ligt nu op straat. Het meisje is helemaal van slag. Ontzet roept het meisje, “ Maar meneer, wat doet u nu, dit kan niet”. ze kijkt DM hevig verontwaardigd aan.

 

Wij staan, ik aan de buitenkant, mijn tas inmiddels van de straat geplukt, DM binnen in de drogisterij, allebei dubbel van het lachen. We komen niet meer bij. De situatie, die vanmorgen vroeg natuurlijk al begonnen is, is zo zot dat we niet meer kunnen stoppen met lachen en allebei snikkend van het lachen nog proberen onze boodschappen te doen maar daar niet meer in slagen. We geven ons maar over en bulderen het compleet uit. De mensen op straat en in de winkel vinden ons heel vreemd. De ogen prikkend in onze rug verlaten we de winkel, zonder de boodschappen.

 

We zijn nu wel wakker. Dat is bijkomstig voordeel. Als ik alcohol lekker zou vinden, zou ik zelfs op dit tijdstip een borrel kunnen nemen, maar dat doe ik niet dus gaan we maar aan de koffie. We worden verwelkomd door de heerlijke geur van versgebakken koekjes en geurende koffie in het leukste koffietentje in onze stad . 

 

Hele lekkere koffie waar ik niets aan kan verprutsen omdat het voor ons gemaakt wordt met een heerlijk oven vers gebakken cocosmakroontje. Het maakt ineens een heleboel goed. We drinken heel veel koffie. En lezen de krant. De dag wordt al steeds beter.  En straks, als we denken dat we veilig weer naar huis mogen kruipen we nog een uurtje in bed. Dan hebben we misschien de wet van Murphy weer weggeslapen.

Maak een Gratis Website met JouwWeb