Home » Archief bloggen 2016 » Slagerij 22-8-2016

Door het steegje heen baan ik me een weg naar mijn auto. Ik loop langs een slagerij en ik ruik de geur die me onmiddellijk terug brengt naar het leukste baantje uit mijn pubertijd. Daar waar ik kneiterhard heb leren werken en waar ik nog altijd profijt heb van het hoge werktempo wat ik daar aan heb overgehouden. En bovendien, een van de langstdurende liefste vriendschap aan heb overgehouden.

 

Na mijn krantenwijk mocht ik als 15-jarige eindelijk een “echte” baan gaan doen. Reuze trots was ik toen ik voor het eerst in mijn uniform acte de presence mocht gaan geven in beste slagerij van dat moment in ons dorp. Zaterdag vroeg mijn bedje uit om, om acht uur te gaan voorsnijden en klanten te helpen die toen pas vanaf negen uur welkom waren.

 

Klanten die we eigenlijk niet zo heel leuk vonden probeerden we te vermijden door ineens onder de balie te duiken als de klant net voor ons stond zodat de ander niet anders kon dan met een vriendelijke glimlach de klant te helpen terwijl de ander stikkend van het lachen onder de balie moest blijven zitten, begeleid door de nodige schoppen van de ander.

 

Onze chef die wel van dubbelzinnige geintjes hield tegen te komen in de megagrote vriezer, een afmeting die overeenkomt met onze woonkamer en mij daar, met een lange worst in zijn gulp naar buiten uitpuilend, op de kast probeerde te jagen. Dat lukte overigens zonder al te veel problemen, ik was zo bleu als wat.

 

Op donderdagavond aan het werk met de muziek zo hard aan dat je de klanten niet hoorde aankomen en natuurlijk lekker vals mee blèren en dan na vijf minuten met een knalrood hoofd erachter komen dat de leukste jongen van de korfbalvereniging stond te wachten tot jij je een keertje om draaide.

 

Op maandagochtend in je vakantie je bed uitgebeld worden of je alsjeblieft even wilde helpen met opstarten om dat je fulltime collega zo dronken als een tor na een weekendje kermissen geen vleeswaren kon snijden maar laveloos in de vriezer tegen de muur lag te slapen.

 

Blozen als de mooiste man van het dorp zijn vleeswaren kwam halen, en die we allebei niet wilden helpen omdat we bloednerveus van hem werden. Tot we hem tegenkwamen op de huishoudbeurs in de RAI en hij bepakt en bezakt met luiers, flessen en zijn vrouw tegen kwamen. De kalverliefde was snel weg, de mooiigheid was er toen wel van af.

 

Eind van de dag schoonmaken,  vriendin en ik waren allebei niet groot. We verdwenen compleet in de vitrine en moesten buikschuivend alle bladen eruit halen en ramen soppen. Elke zaterdag weer een sport om de emmer sop zo te schuiven dat als je eindelijk weer naar beneden schoof om  je met je ene been volledig in je emmer sop terecht kwam. Ik kan de natte broeken die ik daar heb opgelopen niet op 2 handen tellen. Bleef leuk, ook om bij de ander te doen.

 

Nog altijd als ik zure zult ergens zie liggen, voel ik de lachkriebels in mijn wang opkomen. We hadden een oud krom zuur vrouwtje, elke zaterdag kwam ze van die ouderwetse vleeswaren halen. We wisten exact wat ze wilde hebben, en bij sommige klanten legden we dat kant en klaar, maar zij mocht elke week opnieuw zeggen wat ze wilde hebben. Ze werd een keer overrompeld door onze vrolijkheid en zei geen zure zult, maar zure lu…ze kon zich nog net inhouden maar wij trokken onze conclusie en gilden het uit van de lach. Het was niet meer te redden. Snikkend van het lachen lagen we over elkaar op de tegelvloer van de slagerij. We werden vriendelijk gesommeerd de slagerij te verlaten voor het moment en de chef heeft haar af moeten helpen.

 

Ik heb er veel geleerd, het was de basis van mijn werkend leven en ik heb er zo veel aan gehad. De slappe lach kende ik al vrij goed, maar is daar nog meer verbeterd. En gelukkig ook nooit afgeleerd.

Maak een Gratis Website met JouwWeb