Home » De Verhuizing

Ze pakt de gieter en vult deze met water uit de regenton. Het water klettert onderin de plastic gieter en ze moet hem neerzetten als deze vol stroomt omdat ze hem niet meer kan vasthouden. Als de gieter vol is wapent ze zich voor het gewicht, bukt wat dieper en blaast uit zodat het voelt alsof ze meer aankan.

Als ze bij de eerste struik is aangekomen kantelt ze de gieter en laat ze het water er rustig uit stromen. Ze heeft de laatste jaren veel kracht verloren, maar ze redt zich zelf met handige trucjes. Ze loopt rustig door de tuin, stopt regelmatig,  laat uit de gieter regelmatig water stromen en voelt zich gelukkig.

Ze weet dat veel mensen bewondering voor haar hebben hoe het heeft gedaan en ze is er zelf ook wel trots op. Niet te trots, je moet nooit naar je schoenen gaan lopen, laat een ander je maar de hemel in prijzen. Als ze bij de enorme vijver aankomt waar de vogels wegvliegen als ze dichterbij komt, pakt ze de hark en haalt de bladeren rondom weg. Ze verplaatst het geheel naar de achtertuin waar de containers staan en veegt de bladeren bij elkaar. Als ze bukt om de bladeren met stoffer en blik bij elkaar te vegen en weg te gooien gaat de poort open.

‘He Omi P. ‘ Het is, Jacco, de zoon van Clara en Peter. Ze heeft geen idee waarom ze Omi P wordt genoemd, dat is zo ontstaan en ze vindt het prima. Ze glimlacht en groet.

‘Wat gezellig. Kom je even kijken naar je kamer?’ Hij grijnst, zijn lange lijf vouwt om de container heen en vist het stoffer en blik van de tegels. Hij gooit de bladeren in de container en draait zich dan terug.

‘Ja, even kijken waar ik mijn draaitafels kan neerzetten. Het schiet nu wel op he Omi?’ Ze knikt.

‘Ja, nog maar een paar dagen en dat is het zover. Kom, loop je mee? Dan maak ik een warme chocomel voor je. Nu kan het nog.’ Ze knipoogt en Jacco grijnst.

‘Volgens mij kom je nog vaak genoeg terug in je oude huis Omi. Je gaat het missen.’

Omi glimlacht hem toe maar als ze zich omdraait verdwijnt de glimlach van haar gezicht.

Missen zeker, maar niet op de manier die hij denkt. Ze pakt twee mokken, vult deze met cacao en suiker en zet een pannetje melk op het vuur. Ze roert in het pannetje terwijl Jacco verder kletst.

‘Bent u erg verdrietig om hier weg te gaa? Straks zit u wel alleen in, dat natuurlijk prachtige appartement met uitzicht over zee, dat wel, maar niet samen met uw geliefde man. ‘

Als ze niet antwoordt praat hij verder.

‘Maar ik snap ook wel dat de herinneringen hier te moeilijk zijn, het is goed om opnieuw te beginnen en zeker nu het allemaal rond is gemaakt met alles. Het is wel fijn dat u dichtbij blijft wonen zodat u hier aan kunt komen.’ Hij aarzelt of hij verder kan praten. Omi draait zich om en glimlacht verdrietig, ze is het zo gewend dit masker op te zetten dat het een automatisme is geworden.

‘Het is niet anders, ik zal Jan altijd blijven missen, hij heeft zoveel voor me betekend en het zal altijd een raadsel blijven, een open wond die niet zal genezen omdat we niet weten wat er met hem gebeurd is.’ Jacco knikt pijnlijk getroffen door haar woorden. Hij buigt beschaamd zijn hoof.

‘Het spijt me, ik had er niet over moeten beginnen.’ Hij loopt de kamer uit en ze hoort hem de trap oplopen naar wat straks zijn kamer wordt. De melk begint te koken en ze zet het gas uit voordat het te hard gaat. Haar oog valt op een groot litteken wat van haar pols naar haar ellenboog loopt en ze wrijft er over in een gewoonte. Op het houten keukenblok ligt nog altijd het mes voor zich waarmee Jan haar had aangevallen. Als ze naar de trap loopt om Jacco te roepen valt haar blik op het gat in de muur die achtergebleven was nadat hij elke tree had geraakt met een dumbell in zijn hand. Ze had geen tijd maar vooral geen zin meer gehad om de sporen weg te wissen en er was ook geen noodzaak geweest. Jan hij was depressief geweest dus er lag een duidelijke oplossing voor het vraagstuk binnen handbereik.

Ze trekt zichzelf langzaam de trap op. Dat hoeft straks niet meer, ze heeft zich al opgegeven voor de gymochtenden in de centrale ruimten in het appartementen complex. Ze heeft kennisgemaakt met een rondje koffie met de andere bewoners, ze zijn zonder uitzondering van haar leeftijd of nog ouder maar dat is goed. Het leven wordt vanaf volgende week een stuk rustiger en ze kijkt er naar uit. Volgende week staat de verhuiswagen voor de deur en alles wordt gedaan.

Als ze in de ruimte komt waar Jacco uit het raam staat te kijken valt haar oog op de dumbell. Ze heeft ze allebei meerdere keren door bleekmiddel gehaald waardoor ze compleet verschoten zijn en het materiaal een beetje verkruimeld lijkt, maar ze had ze niet durven weggooien.

‘Zo jongen, heb je de ruimte om alles neer te zetten?’ Ze voelt dat ze buiten adem is van de inspanning, hij draait zich om en grijnst.

‘Makkelijk Omi, dit kan er zo in hoor. Lekker chillen straks als ik mijn sets ga maken. De chocola is zeker klaar?’ Ze knikt. Hij wijst op de gewichten en de crosstrainer die in de grote kamer staan.

‘Omi, wat doe je daarmee? Neem je dat mee of laat je dat staan?’ Hij wacht haar antwoord niet af.

‘Mocht je het niet mee nemen, wil je het dan laten staan? Ik vind het wel wat…’ Hij kijkt haar verwachtingsvol aan. Ze aarzelt met het antwoord, ze heeft lang gewacht met opruimen. Aan de andere kant, het is vijf jaar geleden en als hij er gebruik van gaat maken dan zijn de sporen die er op zaten zeker nooit meer te vinden. Ze knikt.

‘Dat is goed, gebruik ze maar, misschien moet je wel het materiaal eens schoonmaken. Erg stoffig na al die jaren. Het scheelt mij weer opruimen. ‘ Hij gaat haar voor de trap af. Als ze bijna beneden is hoort ze een kreun uit haar eigen mond ontsnappen. Na die bewuste dag heeft ze permanent pijn overgehouden aan de linkerkant van haar rug. Jacco kijkt geschrokken op en vangt haar de laatste trede op en helpt haar de gang in te stappen.

Als ze een minuutje later in de luie stoelen zitten die uitzicht bieden op de diepe tuin en waar de vogels weer bezit hebben genomen van de enorme waterpartij die midden in de tuin staan wijst Jacco.

‘Weet je wat ik dacht toen ik hier voor het eerst kwam? ‘ Hij lacht een beetje beschaamd.

Omi kijkt opzij, glimlacht vertederd, ze is op deze slungelige puberige jongen gesteld geraakt sinds hij voor het eerst met zijn ouders mee kwam om te zien of het huis geschikt was voor hun gezin. Hij grijpt elk moment aan om voor een excuus langs te komen.

‘Nee, vertel?’ Hij wijst op de vijver met de waterpartij er in waar zeker een veertig tal vogels badderen en aan de vetbollen hangen die ze elke dag controleert.

‘Ik vroeg me echt af wat je te verbergen zou hebben als je zo’n kolossaal ding in een relatief klein stadstuintje zou zetten. Het lijkt eerder een begraafplaats dan een vijver.’ Hij buigt zijn hoofd en ziet niet dat Omi moeite moet doen om niet te stikken in de slok die ze zojuist nam van haar chocola. Als het stil blijft kijkt hij opzij. Hij ziet de tranen in haar ogen en pakt haar hand.

‘Het spijt me, ik wilde u niet overstuur maken. Ik ben wel blij voor u dat alles u afgehandeld wordt en dat u kunt verhuizen en nieuwe herinneringen kunt maken. ‘

Ze knikt, niet bij machte iets uit te brengen en probeert haar adem onder controle te krijgen. Ze buigt en strekt haar benen omdat ze de bekende pijn weer in haar heup voelt opkomen. Als ze de chocola op hebben staat Jacco op.

‘Ik moet maar eens gaan, mama zal zich afvragen waar ik blijf.’ Hij wijst op de waterpartij.

‘Ik ben blij dat mama heeft gezegd dat u altijd mag langskomen om dit te aanschouwen,‘ hij grijnst, ‘bovendien krijgen we toch nooit meer uit de tuin vandaan. ’ Hij lacht nu hardop.

Omi lacht mee maar voelt haar hart een paar slagen overslaan. Ze zwaait Jacco uit en sluit de poort achter hem. Ze sluit de poort extra af, ze wil geen risico lopen dat hij toch nog terug komt.

De zon schijnt en in de schaduw van de Magnolia die langzaam zijn bladeren laat vallen staat ze voor de vijver. Boven haar hoofd hoort ze vogels die wachten tot zij verdwijnt heen en weer schieten van tak naar tak. Het was inderdaad een hele klus geweest om de betonmolen hierachter te krijgen, het aannemingsbedrijf had haar aangekeken of ze gek was geworden maar ze was heel overtuigd geweest wat ze wilde dus hadden ze haar wens ingewilligd. Ze weet wat ze gedacht moeten hebben, het arme mens, zo vol van verdriet, we doen wat ze wil. De aannemer had nog een paar keer gecontroleerd of dit echt was wat ze wilde omdat het ornament nooit meer weg gehaald zou kunnen worden en dat dit de verkoop van het huis wellicht zou tegen houden. Stellig had ze geknikt.

Ze laat haar handen langs de knoestige stam van de tulpenboom glijden en streelt de takken. De Magnolia heeft nog nooit zo mooi gebloeid als de laatste vier jaar. De kleur roze uitbundiger dan ooit, met prachtige uitlopers. De makelaar had gevraagd hoe ze dat voor elkaar kreeg.

‘Goed bemesten, dat is alles wat het nodig heeft.’

Ze loopt naar binnen, waar ze een stapeltje heeft gemaakt van dingen die wegkunnen. Achter het huis op de parkeerplaats staat een grote vuilcontainer die ze gehuurd heeft waar ze af en toe iets ingooit. Ze bewaart 1 foto voor de vorm, die mag in de gang hangen zodat ze die kop niet elke keer hoeft te zien, ze moet wel de indruk blijven wekken te rouwen, de rest gooit ze weg. Ze trekt haar slofjes uit en pakt de klompen, ze weet precies welke kant het meest pijn deed, de zijkant met de nietjes die er half uit hingen. Ze schiet ze aan, neemt de stapel mee, opent de poort opnieuw en loopt naar het parkeerterrein waar de container staat. Ze ziet dat er van alles in ligt wat niet van haar is, maar dat komt goed uit, dan valt het minder op.

Ze werpt een korte blik om zich heen, controleert dat niemand haar kan zien en laat de stapel foto’s met lijstjes dan op de grond vallen. Ze stapt op de stapel en vermorzelt alle lijstjes en foto’s met de klompen. Als alles kapot is raapt ze de stukjes van de grond en laat het rustig deel voor deel in de container vallen. Als ze klaar is gooit ze de klompen er met een harde smak achteraan. Ze hoort ze naar beneden stuiteren en knikt tevreden.

Ze sluit de poort achter zich, verzekert zich ervan dat hij echt dicht is door er nog eens aan te trekken.

Binnen zet ze haar laptop aan en klikt naar de bevestiging van de vakantie die vlak na de verhuizing tot stand gaat komen. Met het geld wat vrij is gekomen van de levensverzekering kan ze een appartementje kopen in Malaga. Ze knikt tevreden naar het saldo dat hoger is dan ze ooit had durven dromen en er komt alleen nog maar mee bij.

Ze vouwt armen en loopt naar het raam waar de vogels het druk hebben met eten en badderen.

Ze prevelt voor zich uit. Het zijn de zinnen die ze zal achterlaten als ze sterft, ze heeft het opgenomen en bij de notaris achtergelaten.

Na haar dood mag iedereen weten hoe het gegaan is.

‘Ik had nooit gedacht dat ik je zou bedanken, maar het waar. Dank dat je me de laatste keer zo hard sloeg dat ik knock-out ging en door het lint ging toen ik weer bij kwam. Dank voor de dumbell die het me makkelijker maakte. Dank dat je de trap af viel en iets brak waardoor je niet meer kon lopen. Dank dat je me bij zinnen hebt laten komen door het geweld in al die jaren en dat ik eindelijk durfde terug te slaan, het was misschien 40 jaar te laat, maar beter laat dan nooit. Nee, het spijt me niet al weet ik dat ik het niet had mogen doen. Ik had het lef moeten hebben om eerder op te stappen zonder geweld.

Voor al die mensen die hetzelfde mee maken dan ik, ik mag hopen ze eerder terug slaan,  al dan niet letterlijk en besluiten dan de man -of vrouw-  die geweld gebruikt, mishandeld, geestelijk of lichamelijk, je aandacht niet waard is.

Iemand die geweld gebruikt heeft een tekort, maar dat is niet jouw tekort, dat is zijn of haar tekort en dat kun je niet oplossen.

Durf je zelf te zijn en sta niet toe dat iemand je kleiner maakt dan dat je bent.’