Een feestmaal

Michelle parkeert haar fiets voor het huisje en ziet mevrouw Bosboom zwaaien.

Ze glimlacht vriendelijk. Terwijl ze haar fiets op slot draait en haar gezicht niet meer te zien is bedenkt ze zich hoe ze met goed fatsoen van mevrouw Bosboom afkomt. Ze is nogal aanhoudend en laat zich niet met een kort praatje over het weer het bos weer in sturen.

De stenen van het paadje waar de huisjes aan liggen knerpen onder het gewicht van de stevige oude dame die aan komt schommelen. De kenmerkende paarse pantoffeltjes waarin rode blote voeten gestoken zijn, ,waar duidelijk vocht in vastgehouden wordt door bloedvaten die de moed al hebben opgegeven, de roze plastic bloemen met het witte hart erop glimmen er parmantig bovenop.

Als mevrouw Bosboom vlak achter haar staat ruikt ze de geur van lang geleden.

Een geur van herkenning van haar Oma, lang, lang geleden.

Iets van kamperfoelie vermengd met een zeepje zoals je die in je kast laat liggen als je er geen motten in wilt hebben.

Ze rukt haar glimlach uit haar fietstas en draait zich stralend om.

‘Kind kind, wat zie je er uit. ‘ Ze mompelt, nauwelijks verstaanbaar maar de blik in haar ogen die misprijzend over haar werkkleding gaan, een spijkerbroek die vol met prut zit, een regenjas die afgespoeld kan worden omdat het vooral zo praktisch is met het werk dat ze nu doet, de grove werkschoenen, eigenlijk een maat te groot maar er was niets anders beschikbaar, het voldoet duidelijk niet aan het beeld wat Michelle zou moeten uitstralen, volgens de wereld van mevrouw Bosboom.

‘Kind, kind, kom, we gaan even een kopje thee drinken hoor, dat heb je wel verdiend.’

Michelle stribbelt tegen, ze had haar kinderen willen bellen, maar mevrouw Bosboom weet van geen wijken. Zachtjes maar beslist duwt ze Michelle naar haar huisje.  Daar staat de theepot op het lichtje klaar. Groezelig, zoals de theepot er ooit bij haar Oma uitzag toen de staaroperaties niet meer hielpen en alles door de ogen van Oma grauw leek te zijn. Ze griezelt bij het idee uit die pot thee te moeten drinken waar de thee waarschijnlijk al uren in wacht op een argeloze bezoeker die mee getroond is. Ze vraagt zich af of ze heel onbeleefd zou zijn als ze om een glas water vraagt maar die kans krijgt ze niet. Mevrouw Bosboom schenkt zonder te vragen een grote mok zwarte thee in.

Ze schuift een schoteltje naar het midden waar twee bonbons op liggen. Michelle begrijpt dat het plan niet volledig uit de lucht kwam vallen, het was al besloten dat er in ieder geval iemand het slachtoffer zou worden vandaag.

Ze voelt haar telefoon bibberen en wil hem uit haar zak halen.

‘Tuutuuututuut.’ Vermanend kijkt mevrouw Bosboom naar haar hand die aarzelend terug gaat naar de plek waar hij net lag, op haar knie.

‘Je gaat toch niet net zo onbeleefd doen als mijn kinderen en kleinkinderen he.’

Ze trekt haar getekende wenkbrauwen die in verbaasde boogjes staan omhoog.

‘ Dat is bovenal zeer onbeleefd.’

Ze heeft gelijk. Ze knikt timide en laat haar telefoon in haar zak.

‘Weet je, ik wilde je graag uitnodigen om eens rustig te praten. Ik zie je elke dag voorbij racen, je hebt altijd haast en ik zou het zo leuk vinden om eens een keer gezellig samen te eten. Ik ben zo eenzaam.’

Michelle kijkt opzij, geraakt door haar woorden.

De fletse blauwe ogen achter de vette brillenglazen glanzen.

‘Ach mevrouw Bosboom. Wat verdrietig. ‘

Het voelt alsof ze nu een hand moet pakken maar dat gaat haar net een stapje te ver.

Het spijt me dat u eenzaam bent. Natuurlijk drinken we in ieder geval een kopje thee samen.’

Ze pakt met weerzin de zwarte thee op, probeert haar gezicht in de plooi te houden omdat ze weet dat ze bij dit soort dingen haar gezichtsuitdrukking nauwelijks kan verhullen en neemt er voorzichtig een miniem slokje van. Dat smaakt net zo slecht als ze verwacht en ze doet haar best om niet in te krimpen van de smaak die haar smaakpapillen onmiddellijk in het potje niet-te-hachelen- deponeren. Het schoteltje met bonbons staat nog onaangeroerd in het midden en in een impuls pakt ze een bonbon en hapt de helft van de bonbon in de hoop dat dit de thee iets beter doet smaken. Pas als ze een paar keer gekauwd heeft realiseert ze zich dat dit kersenbonbons zijn en ze is voor weinig dingen allergisch, maar wel voor kersenbonbons. Ze gaat er niet dood aan maar morgen zit ze vol met pukkels en als mevrouw Bosboom het schoteltje nog eens naar haar toeschuift ten teken dat ze de andere ook mag pakken slikt ze met moeite het restje, wat nog als een betonmolen door haar mond van de ene kant naar de andere kant verplaats wordt, door. De andere helft die ze nog tussen haar vingers heeft propt ze ongezien in haar zak, ze hoopt maar dat mevrouw Bosboom slechte ogen heeft.

‘Ik bedank, ik ben eigenlijk allergisch voor kersenbonbons, eet u ze lekker zelf op.’

Mevrouw Bosboom knikt verheugd bij de mededeling en kijkt meewarig naar Michelle, ze schuift het schoteltje weer naar zich zelf toe.

Michelle veegt haar hand, waar de siroop die aan de binnenkant van de kersenbonbon zit, aan is blijven kleven, zo onopvallend mogelijk af aan haar broek, tilt de mok thee op en neemt nog een slokje. Haar maag trekt samen bij de smaak en voelt haar tanden bij elke slok ruwer worden.

Terwijl mevrouw Bosboom een verhaal ophangt over de bingo die ze deze middag heeft bijgewoond en die niet eerlijk verlopen was knikt ze op het juiste moment ja en nee. Pas als het stil valt heeft ze in de gaten dat ze het verkeerde antwoord heeft gegeven want mevrouw Bosboom knikt triomfantelijk.

‘Dat vind ik super leuk, lief van je. Niet iedereen zou dat doen maar jij wel, ik wist het.’

Ze graaft in de zinnen die ze heeft horen passeren maar heeft geen idee waar ze ja op heeft gezegd. Het gezicht van mevrouw Bosboom betrekt weer.

‘Weet je, het is helemaal niet leuk om oud te worden. Iedereen die ik kende is al dood, waarom moet ik hier blijven? Op deze aardbol zit niemand meer te wachten op mij en ik heb ook niets meer te bieden. Ik heb hulp gezocht maar niemand wil me helpen.’

Michelle is in verwarring. Heeft ze net iets beloofd wat te maken heeft met mevrouw Bosboom naar de andere wereld te  helpen? Dat lijkt haar sterk maar ze heeft wel geknikt op iets wat ze niet meer weet. Ze knikt vriendelijk naar mevrouw Bosboom. Rustig blijven, het kan nooit heel spannend zijn.

Mevrouw Bosboom vouwt haar handen zedig in haar schoot en kijkt haar verwachtingsvol aan.

‘Wat zullen we dan eten morgen, wat ga je maken lieverd?’

Haar wenkbrauwen schieten boven de bril uit, ze duwt haar bril, die naar beneden gegleden was met een geroutineerd gebaar terug. Ze klapt in haar handen.

‘Dan neem ik de wijn mee, we maken er een echt feest van.’

Gelukkig, ze heeft kennelijk ja gezegd op samen eten. Ze haalt opgelucht adem. Ze heeft eerlijk gezegd niet heel veel zin in een hele avond eten met mevrouw Bosboom maar vooruit. Dat is haar straf omdat ze niet de volledige aandacht heeft gegeven tijdens het gesprek.

‘Ik ben dol op noten.’

De stilte is veelbetekenend. Michelle begrijpt de hint en ze glimlacht, blij dat ze nu weet waar het over gaat. Ze knikt toegeeflijk.

‘Ik heb gister toevallig wat recepten uit de nieuwste Allerhande gescheurd, 1 ervan is met walnoten, een salade met granaatappeltjes en walnoten. Is dat iets?’

Vergenoegd wrijft mevrouw Bosboom haar rode vlezige handen in elkaar.

‘Nog beter. Wat een goed idee. Hoe laat spreken we af?’

Ze straalt en laat geen ruimte om van gedachten te veranderen.

Verontschuldigend wijst Michelle op haar telefoon en klikt hem open. Ze ziet dat ze twee gemiste oproepen heeft van John. Ze stuurt snel een appje dat ze zo terug belt. Als ze haar agenda opent ziet ze dat ze morgen vanaf negen uur moet werken en dat ze dus rond zes uur pas thuis is. Ze kijkt mevrouw Bosboom aan die haar vol verwachting aankijkt.

‘Ik ben rond zes uur thuis maar dan moet ik nog wel boodschappen doen en natuurlijk koken, zullen we dan rond zeven uur a half acht afspreken??’ Ze verwacht dat mevrouw Bosboom dat te laat vindt maar die slaakt een gil van blijdschap. Michelle trekt haar wenkbrauwen op bij deze in haar ogen overdreven reactie maar mevrouw Bosboom gaat staan, ze wappert met haar handen ten teken dat de audiëntie wat haar betreft nu klaar is.

Verrast over dit abrupte einde staat Michelle ook op, gooit haar tas over haar schouder en giet haar thee dan toch nog maar snel naar binnen, ze slikt snel door en loopt naar de deur waar mevrouw Bosboom al staat te wachten.

Ze heeft haar sleutel al in haar eigen slot gestoken als mevrouw Bosboom haar hoofd nog een keer door de opening van de deur heen steekt.

‘Dit is echt perfect. Ik ga de zorg vragen om mijn benen alvast te zalven en te zwachtelen. Dan kom ik hier wel in mijn pyjama heen.’

Hier valt geen nee tegen in te brengen. Michelle glimlacht dapper, ze heeft mevrouw Bosboom al eens eerder in haar pyjama gezien, je eetlust zou er bijna van vergaan, maar ze zegt dat het geen probleem is. Het hoofd in de deur verdwijnt en ze doet haar eigen deur open.

 

Het etentje.

Bij thuiskomst gooit ze haar tassen op het keukenblad. Ze sorteert wat ze nodig heeft. De avocado rolt van het blad af en ze is net op tijd om hem te vangen. Ze klikt haar telefoon aan en ziet dat het zeven uur is. Ze heeft niet veel tijd meer om voor te bereiden maar ze wil zich graag aan de afspraak houden en mevrouw Bosboom een leuke avond bezorgen.

Met goed fatsoen gaat ze wel proberen het zo leuk, netjes, gezellig en efficiënt mogelijk te koken en te eten, zodat ze de rest van de avond fijn onderuit kan netflixen.

Ze pakt de blender uit de kast vandaan die ze heeft meegenomen uit Bergen vandaan, een van de weinige dingen die ze perse wilde mee nemen en legt de walnoten en diepgevroren granaatappelpitjes er naast. Die ontdooien wel als ze straks alles mengt. Ze haalt de biefstukken uit haar tas, haalt het plastic eraf. Nee, zin in deze avond had ze niet gehad maar toen ze eenmaal boodschappen aan het doen was had ze besloten er wel iets van te maken. Misschien is het eenmalig dat ze dit kan doen en dan is het wel leuk dat mevrouw Bosboom er plezier aan beleeft, wat voor moeite is het eigenlijk. Koken moet ze toch, als iedereen dit nu eens zou doen voor een eenzame oudere zou dat probleem ook mooi opgelost zijn.

Ze legt de biefstukken zo op de plank dat ze op temperatuur kunnen komen en haalt alle pannen uit de kast die ze nodig heeft. Als voorgerechtje heeft ze dunne plakjes kip met wat ananas en cashewnootjes bedacht. Makkelijk, snel klaar en wel erg lekker maar vooral ook omdat mevrouw Bosboom zo blij werd van de combinatie van fruit en nootjes een bewuste keuze.

Als de deurbel gaat zucht ze. Jammer. Ze had graag alles klaar gehad voordat mevrouw Bosboom kwam, maar vooruit, ze is natuurlijk ongeduldig.

Als ze de deur opendoet is weet ze niet goed hoe ze moet reageren.

Mevrouw Bosboom heeft zichzelf in haar mooiste jurk gehesen, een jurk waar ze twintig kilo geleden misschien prima in paste maar die alle vormen, die een andere vrouw zou proberen te verbloemen, juist des te meer laten zien. Michelle mompelt iets en laat haar binnen en vraagt zich af terwijl de associatie met een rollade naar boven komt of haar kinderen haar ooit in deze jurk hebben gezien en of ze dan eerlijk durven te zijn. Als ze dit al ooit werkelijk gedragen heeft. Je kunt er geen bh onder aan en mevrouw Bosboom heeft niet het decolleté dat om deze jurk vraagt.

Waarom, van alle dagen van de week, heeft ze in vredesnaam besloten dit vandaag aan te trekken? De combinatie met de gezwachtelde benen met daaronder de pantoffeltjes is potsierlijk, als een typetje gespeeld op het toneel. Ze krijgt geen kans verder na te denken want mevrouw Bosboom duwt een doosje met kersenbonbons in haar hand. Ze kijkt er naar en kijkt dan naar mevrouw Bosboom alsof ze niet kan geloven dat dit echt een lief bedoeld cadeau is. Het gezicht van mevrouw Bosboom is vriendelijk en knikt om te laten zien dat ze deze allemaal mag opeten. ‘Ik eet wel met je mee hoor, ik weet dat het niet je favoriet is. ’

Michelle durft nu hardop te lachen omdat ze dus schaamteloos een kadootje mee neemt waarvan ze weet dat ze het niet lust en dus weer mee terug gaat nemen. Mevrouw Bosboom kijkt haar triomfantelijk aan.

‘Wat wilt u drinken?’

De wijn die mevrouw Bosboom zou meenemen is net als de BH thuisgebleven dus hurkt ze bij het kastje waar ze flessen drank en pakken sap heeft staan en houdt ze een fles Merlot omhoog.

‘Ach wel ja, laten we eens gek doen. Die lust ik wel.’ Ze ontkurkt de fles, pakt twee glazen uit het kastje boven het aanrecht en schenkt de wijn in en neemt het schaaltje met nootjes mee die ze al klaar had gezet.

Mevrouw Bosboom neemt een graai uit het schaaltje, ze doet het zo begerig dat de helft van het schaaltje over de rand heen valt en op de grond stuitert. Michelle bijt op haar lip, als dit de hele avond zo door gaat mag ze morgen voor ze naar haar werk gaat wel stofzuigen, wat een puinhoop.

Mevrouw Bosboom tilt het glas op om te proosten en Michelle haast zich terug, ze was van plan eerst het voorgerecht op te dienen maar dit moet eerst, begrijpt ze. De glazen tikken tegen elkaar aan. Michelle weet niet waar op te proosten dus mompelt iets wat ze zelf niet verstaat maar dat is niet erg want mevrouw Bosboom proost ook met een tekst die ze niet verstaat.

 

‘Hoe heten jouw kinderen?’ Terwijl ze de kip over elkaar drapeert alsof het een rok in laagjes is, de cashewnootjes en de ananas in fijne stukjes snijdt en daarna de dressing maakt van mosterd, honing en wat olie met yoghurt vertelt ze over John en Merel.

Met het klaarmaken van het eten oogst ze bewondering.

‘Jeetje, wat ziet dat er mooi uit, je had kok moeten worden.’

Het is een oprecht compliment. Als ze tegenover elkaar aan de tafel zitten vertelt mevrouw Bosboom dat ze een beetje teleurgesteld is in haar kinderen.

‘Ik zie ze nauwelijks, en als ze al komen dan zijn ze alleen maar bezig met hun telefoon. Ze horen niet eens dat ik iets vraag of vertel. Niet interessant. Ik begrijp best dat mijn verhalen niet zo spannend meer zijn, maar ik vind wel dat ze dat ene uurtje dat ze komen, eens per half jaar, dan mogen ze wel een beetje hun best doen.’ Michelle knikt. Het is altijd lastig om iemand gelijk te geven als je de andere kant niet hoort maar als het klopt wat ze zegt, dan is het niet zo netjes. Ze schakelt over naar een iets veiliger onderwerp.

‘Hoe lang woont u hier al?’

Mes en vork worden neergelegd, het voorgerechtje is op en mevrouw Bosboom wrijft over haar buik alsof ze al vol zit.

‘Sorry kind, ik ben een beetje moe, kun je misschien opschieten met het volgende gerecht?’

Michelle is verbluft maar geeft gehoor aan de vraag. Het gezicht van mevrouw Bosboom lijkt grauw te worden en bezorgd vraagt ze of het wel goed gaat. Ze ziet dat zweetdruppels op het voorhoofd verschijnen, pakt een blauwe servet en geeft die aan mevrouw Bosboom. Ze knikt.

‘Ik ben niet helemaal lekker daarom ga ik meteen na het eten lekker naar bed. Een beetje griep, dat is alles. Ik heb al medicijnen gehad van de zorg hoor, dus het komt goed. Lief van je, dank je wel.’

 Enigszins gerustgesteld maakt Michelle snel het hoofdgerecht klaar. Ze bakt de avocado in de grillpan, mengt de walnoten met de paprikasnippers en granaatappelpitjes in de blender en bakt de biefstukken kort om en om zodat ze nog een beetje rood zijn maar wel knapperig. Als ze de borden serveert slaat mevrouw Bosboom haar handen ineen.

Haar ogen zijn vochtig. Ze legt haar hand op die van Michelle.

‘Ik ben je zo dankbaar. Dank je wel. Voor alles. ‘

Michelle heeft het gevoel dat ze iets mist maar knikt lief maar is blij dat ze haar buurvrouw zo’n plezier doet.

Als mevrouw Bosboom haar groenten op heeft wijst ze op een stukje avocado.

‘Wat is dat eigenlijk, ik ken het niet, het smaakt raar.’

Michelle schiet in de lach en legt uit wat het is. Ze ziet aan het gezicht dat het de eerste keer is dat ze dit eet. De mondhoeken trekken naar beneden in een afkeurend gebaar maar ze eet zelfs het laatste stukje op voordat ze aan haar biefstuk begint. Twee hapjes verder, ze legt haar vork neer.

‘Ik zit vol.’ Ze staat op en maakt aanstalten om weg te open. Het wijn glas nog halfvol. Alsof ze zich dat bedenkt loopt ze terug, giet het glas in 1 keer leeg en kijkt Michelle aan.

‘ik ben heel onbeleefd, dat weet ik. Mag ik nog een glas zodat ik dat thuis kan op drinken?’

Michelle schiet omhoog, ze begrijpt er niets meer van. Niettemin wil ze niet weigeren en schenkt het glas vol. Bijna waggelend loopt haar buurvrouw naar de deur, nu ziet Michelle pas dat de rits aan de achterkant van de jurk heeft besloten de pijp aan maarten te geven, waar de jurk net nog dicht zat, bubbelt het vlees er nu over heen. Ze aarzelt, zo kan ze niet over straat, al is het maar een paar stappen. Ze legt haar handen op de vlezige schouders.

‘Moment, zo mag u niet de deur uit.’ Ze pakt een vest wat haar veel te groot is geworden en dat ze in een sentimentele bui heeft meegenomen en drapeert dit over de schouders van mevrouw Bosboom. Alsof ze het niet gehoord heeft loopt die door en stapt naar buiten, het vest valt van haar schouders. Michelle haast zich achter haar aan. Buiten ziet ze mevrouw Bosboom als een robot naar haar deur marcheren. Ze legt nogmaals het vest over de schouders heen en pas als mevrouw Bosboom in haar eigen woning staat ziet ze dat het zweet aan alle kanten over het hoofd naar beneden loopt, de lippen knalrood.

Ze schrikt van het verhitte gezicht en mevrouw Bosboom doet een zwakke poging om te glimlachen.

‘Laat mij maar, ik zie je morgen.’

Ze wil de deur dicht doen maar Michelle steekt haar hand tussen de deur voor ze hem dicht kan doen.

‘Volgens mij gaat het echt niet goed, ik ga de zorg bellen voor u, dit kan zo niet.’

Ineens ziet ze het gezicht van mevrouw Bosboom vertrekken en er komt een uitdrukking op het gezicht die ze niet kan thuisbrengen.  

‘Dat doe je dus niet. Denk erom.’ Sissend komt het uit de vertrokken mond en Michelle deinst hevig geschrokken achteruit. De deur gaat met een knal dicht en ze staat verbijsterd naar de gesloten deur te kijken. Aan de andere kant van het huis van mevrouw Bosboom gaat de deur open.

Een gedistingeerde heer doet de deur een klein stukje open. Als hij ziet waar het geluid vandaan komt tikt hij ter begroeting.

‘Dag mevrouw. Ik hoorde wat vreemde geluiden maar u bent het maar. Fijne avond.’

Hij tikt nogmaals tegen zijn hoofd als afscheid maar Michelle vraagt zich af of hij mevrouw Bosboom kent dus haast zich naar hem toe. Ze loopt voor de ramen langs van mevrouw Bosboom maar alle gordijnen zijn al dicht dus ze kan niet naar binnen kijken.

‘Ik heb gekookt voor mevrouw Bosboom maar ik maak me zorgen om haar.’

De oudere man kijkt haar opmerkzaam aan.

‘Zo. Dat is best knap. Was het gezellig?’ De toon impliceert dat dat onmogelijk is.

Michelle weet niet goed wat ze moet antwoorden.

‘Tja. Nou ja. Apart, dat wel. Maar ik heb het idee dat ze niet lekker is geworden en ze wil niet dat de zorg komt. Kent u haar? Moet ik iets doen?’ Hij schudt zijn hoofd.

‘Nee. Ik ken haar niet. Maar ik weet wel dat ze een ingewikkeld persoon is. Ik hoor wel eens wat. ‘

Hij knikt veelbetekenend alsof ze moet weten wat dat inhoudt.

‘Ik zou niets doen. Dat wil ze niet, dan wil ze het dus niet.’

Hij tikt nu nog een keer tegen zijn hoofd ten teken dat het gesprek ten einde is en sluit de deur.

Voor de tweede keer die avond staart ze naar een deur die dicht is.

Uiteindelijk loopt ze met een raar gevoel in haar buik terug naar haar eigen huis en eet haar inmiddels koude biefstuk en salade in alle stilte.

Als ze John belt en het verhaal vertelt schiet hij in de lach.

‘Dat heb jij weer. Wat een raar verhaal, het wordt tijd dat je daar weggaat, nog even en je gaat ook zo raar doen.’

 

De vogels fluiten als ze de deur uitstapt, in haar hand heeft ze haar rugzak met alles er in voor de werkdag en de vuilniszak die ze zo moet weggooien met de restanten van het diner van gister als ze naar haar fiets wil lopen. De deur naast haar woning staat open. Ze aarzelt, het is vreemd dat deze openstaat. Zou de zorg er zijn om mevrouw Bosboom te verzorgen dat deze openstaat of zou er iets anders aan de hand zijn.

Ze loopt naar haar fiets, bindt haar rugzak op de automatische piloot onder haar snelbinders, het is warm aan het worden en ze kan niet rustig fietsen, straks heeft ze het zweet op haar rug staan met die rugzak op haar lijf. Ze bindt het vuilniszakje om haar stuur, ze komt zo langs de containers en werpt nogmaals een blik naar de deur van mevrouw Bosboom. De deur klapt open en er wordt een draagbaar uit de woning gereden met een zwarte zak erom heen. Ze voelt het bloed uit haar lijf stromen en stapt van haar fiets af waar ze net op was gaan zitten om weg te rijden.

De buurman naast mevrouw Bosboom komt zijn deur uit en legt zijn hand in een gebaar van respect over zijn hart. Hij ziet haar en tikt net als gister, maar nu veelbetekenend, tegen zijn hoofd. 

Als de draagbaar in de lijkwagen is gereden en de auto langzaam wegrijd komt ze weer een beetje bij positieven en loopt met haar fiets aan de hand naar de deur die nog steeds open staat.

 Ze hoort stemmen tegen elkaar praten en houdt in. Ze opent haar mond, wil haar fiets tegen de muur zetten maar stagneert.

‘Ik begrijp er niets van.’

Een donkere stem bereikt haar. Een lichtere stem, iets in paniek antwoordt.

‘Ik ook niet. Ze heeft het hier niet gegeten, wij weten dat ze geen steenvruchten noch walnoten mag hebben. ’

Michelle slaat haar hand voor haar mond, ze kan nog net voorkomen dat ze een gil slaakt.

Ze stapt op haar fiets, zwalkt van links naar rechts voordat ze genoeg vaart heeft om rechtop te fietsen. Bij de containers kiest ze de middelste grootste container, tilt de zak op en gooit de zak met een vaart de ondergrondse container in.