Home » bloggen 2017 archief » Madrid 12-6-2017

Ik sluip op mijn tenen de trap af en stoot mijn tenen tegen de rand van de trap als ik de afstand tussen twee treden niet goed in schat. Ik moet als eerste Madrid, na ontzettende gezellige vrolijke en warme dagen, weer verlaten.

Mijn Vlaamse vriendinnen gaan pas rond 1300 terug en ik vlieg om kwart voor negen al.

 

Ik stap dus al om vijf uur uiterst voorzichtig door ons stikdonkere appartement. Toch best donker als je echt geen licht hebt. Buiten ook nog geen sprankeltje zonlicht, het is nog veel te vroeg.

 

Gisteravond heb ik mijn spulletjes al beneden bij de deur gezet zodat ik het minste geluid maak. Ik heb voor alle zekerheid drie wekkers in telefoons en iPads aan gezet.

Hoeveel heb je er nodig om wakker te worden, zul je denken, maar vijf uur je bed uit terwijl je pas na een uur in de morgen/nacht gaat slapen, ik twijfelde of ik wel op tijd zou reageren.

 

Ik breng de telefoon van vriendinnetje V (de derde wekker) terug naar haar kastje met iets  meer licht dan daarnet van de telefoon die ik steeds aanklik.  Zij moeten straks ook nog wakker worden van de wekker. Weer de trap op, zachtjes lopen. Ik hoor uit beide slaapkamers regelmatige ademhaling en niemand draait om of reageert dus alles is nog in ruste. Wat zalig. Ik had gedreigd dat ik ik de muziek kneiterhard zou aanzetten zodat iedereen moest mee lijden met mijn vroege opstaan, maar ik ben een watje, ik weet het, laat ze maar lekker slapen.

 

Als ik fris en fruitig gewassen en gestreken mijn laatste dingen in de koffer gooi en deze dicht probeer te doen moet ik voor het eerst in mijn leven echt boven op de koffer gaan zitten om hem dicht te krijgen. Shit.

Ik heb iets heel onhandigs gekocht voor DM wat eigenlijk net niet in de koffer past. De spanband gaat hier ook zo niet om heen.

Ik martel, martel nog eens en vorder eindelijk toch. Dicht. Spanband doet nooit wat ik wil en vandaag ook niet. Wij worden nooit grote vrienden. Die takkedingen blijven bij mij nooit zitten, maar vooruit. Het moet zo maar.

 

Tien minuten later til ik mijn koffertje behoedzaam de treden van het statige gebouw wat ongelooflijk gehorig is af en probeer de wieltjes niet te laten stuiteren op de treden. Als ik eenmaal buiten sta zucht ik van opluchting als ik zie dat er inderdaad best veel taxi's af en aanrijden. Dit gaat goed komen, daar had ik gister nog mijn twijfels over vanwege het tijdstip.

 

In de verte zie ik een man zwalkend in de donkerte aan komen. Hm. Heb ik dat? Ik sta hier wel in mijn eentje. Als de man vlakbij is stap ik voorzichtig terug het portiek in van ons appartement in om de man rustig te laten passeren. Hij heeft de muur nodig om zijn koers vast te houden.

 

Als er een taxi langzaam de straat binnen rijdt en zoekt op de muur naar nummers en uiteindelijk mij ontdekt stapt er een kleine donkere man uit. Hij wijst. Ja vast voor mij.

Hij is een beetje vroeg, een kwartier,  dat wel maar dat is prima. Ik sta er per slot van rekening ook al. Hola! Ik ga in ieder geval naar de AirPort. Ik slinger mijn koffer erin en we rijden weg.

 

Het is een aardige man, hij doet zo zijn best om een gesprek te voeren. Mijn Spaans is niet heel goed maar wel iets en zo kunnen we toch nog wat kletsen over het drukke Plaza Mayor en Puerto del Sol. Ik hoor mijn telefoon drie keer gaan. Ik herken het nummer van de taxicentrale en ik snap wat er waarschijnlijk aan de hand is. Ik heb vast de verkeerde taxi. Hij was ook wat vroeg, en veel verderop stonden ook mensen te wachten. ik heb niet gekeken naar wie mij ophaalde. Ja helaas. Ik rij.

 

Als ik een kwartiertje afscheid heb genomen van de aardige man en mijn koffertje de luchthaven heb ingerold zie ik dat het koffertje weer openstaat. Nee. Niet. 

Ja. Toch. Ik rij opzij uit de drukte en probeer hem dicht te duwen.

Flut. Gaat echt niet. Opnieuw alles open. Ik zucht.

 

Achter mij hoor ik een stem. Met een lach erin. Die stem hoort bij een hele leuke vent die iets doet met koffers wrappen. Hij grijnst en wijst op mijn koffer. Is die man welkom of is die man welkom. ik grijns terug. Tien euro. Laten we dat maar doen. Probleem opgelost. Ik krijg een stift waarmee ik mijn naam erop kan zetten. Ik teken een dikke smiley. Aan twee kanten dan maar. Wel leuk als ik mijn koffer straks herken.  Zo. Klaar.

Daaaaaaag Madrid. Dag meisjes. Tot snel.