Home » Archief bloggen 2016 » Tram 9 27-6-2016

Tram 9

Ik heb geen idee welke tram we moeten hebben. Met twee Vlaamse vriendinnen vanuit Mortsel richting Antwerpen en gewoon dom mee lopen omdat er fijn voor je gedacht wordt en de vriendinnetjes bepalen welke tram we pakken. Ik vind het allemaal goed. Ik kan ondertussen zalig mensen kijken en dat is altijd leuk.

 

We zijn druk in gesprek met elkaar –uiteraard- als we stoppen bij een halte halverwege naar de stad, of t Stad zoalsl onze vrienden zeggen en wat ik totaal niet begrijp waarom dat dan zo genoemd wordt.  Navraag leerde mij dat je namelijk ook niet zegt dat je naar t Schouwburg gaat, je gaat wel naar de Schouwburg, maar je rijdt naar t Stad. Dit terzijde, maar het klinkt gewoon zo lekker dat ik het ook graag zeg,  met een grijns op mijn hoofd.

 

Overigens, alles klinkt lief en lekker in het Vlaams, wij (Nederlanders) zijn van die horken. Als Nederlander tegen elkaar lopen te kwaken klinkt het gauw lomp en bot maar die Vlamingen kunnen elkaar compleet voor rotte vis uitmaken en dan klinkt het nog als poezie. Als dieptepunt in het zien van Nederlanders in een supermarche in de Dordogne waar Piet en Ank tegen elkaar bleren vanuit twee verschillende gangpaden dat ze “de kaas, nee de Jonge Kaas, Ja Piet, Jonge kaas, ben je doof of zo?” niet kunnen vinden. Schaamte dat wij vaak zo overtuigend en hard aanwezig zijn. Meestal. Doe me dan het lieve Vlaamse maar. Maar dit terzijde.

 

Er stappen twee mensen in die vlak naast ons komen te zitten. Het is de eerste plaats die ze zien en ploffen gelijktijdig naast elkaar neer. De meneer is een beetje, tja, een soort van, schattig lomp. Een soort teddybeer in een maatpak dat eigenlijk totaal niet past, en ook niet bij hem past. Hij heeft een wat bol gezicht, een rood hoofd met schichtige ogen die nerveus op zijn telefoon blijven kijken. De dame naast hem, ik  begrijp in de loop van de tramrit dat ze elkaar wel degelijk erg goed kennen, maar de eerste vijf minuten wordt er geen woord gewisseld, blijft strak naar buiten te kijken.

 

De man heeft een wat goedige uitstraling en geeft haar een zacht duwtje tegen haar hand. Onwillig schuift ze nog meer naar het raam, verder naar het raam kan ze echter niet, of ze moet buiten het raam gaan hangen. Ah. Ze is boos. Ze sist iets naar hem. Hij kijkt meteen weer een beetje geschrokken op zijn telefoon, schuchter om zich heen glurend of iemand heeft gezien dat ze boos naar hem blaast als een kat die in het nauw zit.

 

De dame is een beetje wit van kleur, alsof ze nooit buiten komt. Pinnig neusje, klein brilletje die van haar neus afzakt en die ze steeds omhoog moet duwen. Bruin kort haar met een braaf speldje er in en gekleed in een keurig rokje met een saaie blazer er over heen. Ze zien er dus heel netjes uit. Naar een uitvaart? Een communie? Het lijkt er wel een beetje op.

 

Hij probeert weer contact met haar te krijgen. Ik krijg echt medelijden met hem. Zijn hoofd wordt nog een beetje roder en zijn vriendin duwt hem letterlijk weer terug op zijn plek nadat hij weer iets naar haar was opgeschoven. Ze sist weer iets naar hem. Gut. Ze blaast echt. En hij kijk steeds ongelukkiger. Ach gos. Ik vind dit nu echt heel sneu worden. Zou hij het gas hebben laten aanstaan? het is vast veel erger, baan kwijt? Gepasseerd voor een hogere functie en zij vind dat hij daar niet genoeg zijn best voor heeft gedaan? Hij zou de kinderen van school halen en is dat vergeten? Nee. Kinderen, dat geloof ik niet, ze zien er niet uit alsof ze kinderen hebben. Niet dat ze die leeftijd niet hebben, ze zijn beiden zeker de 35 gepasseerd maar hij lijkt zelf nog een beetje op een groot onbeholpen kind.

 

Hij doet zo zijn best, ik loop over van medelijden, en dat pinnetje naast hem, dat citroentje, mijn hemel mens, kijk nou naast je. Die arme jongen houdt zoveel van je, hij wil de aardbol over om je te redden. Het komt  de rest van de tramreis niet meer goed.  Ze stappen samen uit en hij doet zorgzaam haar blazertje zogenaamd goed maar ze schudt hem af en hij moet nog hardlopen om haar bij te houden. Zo breed en rond als hij is, zo mager en lang is zij. Ik mag toch hopen voor die arme jongen dat ze aan het eind van hun reis heeft bedacht dat het toch wel mee viel, en een theetje met veel suiker heeft gedronken om het zuurtje er echt uit te halen. Ach gossie.